Cookies van Travelution
Deze website maakt gebruik van cookies om zo goed mogelijk te functioneren en de gebruiker de beste ervaring te bieden.

Travelution online

Interview met..

Deel  

Rocky Hehakaija

Voormalig profvoetballer

 

Voormalig profvoetballer Rocky Hehakaija wil met haar organisatie, Favela Street, met behulp van een persoonlijk ontwikkelingsprogramma een positieve impuls geven aan arme wijken over de hele wereld. Zo heeft de organisatie projecten in onder andere Brazilië, Haïti, Curaçao en Soedan. Begin dit jaar won Rocky het populaire tv-programma Wie is de Mol?, dat zich afspeelde in Tsjechië. Dat was voor haar een eyeopener dat er ook dichterbij huis nog veel moois te ontdekken valt.

Met Wie is de Mol? verbleef je een paar weken in Tsjechië. Hoe was deze ervaring?
“Ontzettend mooi! Ik was nog nooit in Tsjechië geweest. Meestal reis ik namelijk naar best verre bestemmingen, ook voor vakanties. Ik had altijd de opvatting: ik moet naar hele exotische oorden om mooie dingen te zien en mee te maken. Maar dat is dus helemaal niet zo. Tsjechië ligt praktisch om de hoek, je rijdt er zo naartoe. De natuur is er ontzettend mooi en daarnaast heb je heel veel van die te gekke gebouwen, zoals barokke kastelen en verlaten industrieterreinen. De geschiedenis en cultuur zijn door het hele landschap verweven. Die combinatie vond ik echt prachtig. We hebben Praag overgeslagen vanwege de coronapandemie. Maar ik heb daar zoveel goede verhalen over gehoord dat ik eigenlijk nog een keer terug moet om daar een kijkje te nemen. Hoewel ik vooral heb gezien dat buiten Praag ook meer dan genoeg te beleven is.”

“Het spel van Wie is de Mol? maakte Tsjechië natuurlijk extra speciaal. Ten eerste hoef je nergens over na te denken. Je zit in mooie hotels, je krijgt overal heerlijk te eten en je komt op plekken waar toeristen normaal gesproken niet mogen komen. De opdracht met het vlot bijvoorbeeld was in een ondergelopen mijn. Daar mag je als toerist eigenlijk alleen van bovenaf in kijken, terwijl wij er uitgebreid mochten zwemmen. Of de opdracht waar we vanaf het Bata-gebouw gingen abseilen. Stuk voor stuk bijzondere plekken waar je een klein stukje van mag meemaken, zo cool. Ik zou mensen zeker aanraden om een keer naar Tsjechië te gaan. Je hoeft het dus helemaal niet zo ver te zoeken, er zijn onwijs mooie plekken hier in Europa. En dat zeg ik vooral tegen mezelf.”

Favela Street werkt in diverse landen wereldwijd. Waar zijn jullie ooit begonnen?
“De eerste plek waar Favela Street werkzaam werd was Rio de Janeiro. Toen ik 18 was ging ik daar naartoe voor een tv-programma. Dat was de eerste keer dat ik zonder ouders in het vliegtuig stapte. En dan direct helemaal naar Brazilië dus dat was heel spannend. In Rio voelde ik voor het eerst wat de kracht van voetbal en sport kan doen op een plek waar mensen dagelijks te maken hebben met armoede, geweld en negatieve invloeden. Daar brengt dat simpele spelletje heel veel geluk en blijdschap. Toen ben ik er achter gekomen dat de voetbal mijn Google Translate is, en als je het nog verder trekt ook mijn paspoort. Want met die bal onder mijn arm is de wereld voor mij veel groter geworden. Na dat eerste bezoek duurde het nog wel 10 jaar voordat de stichting werd opgericht, maar in Brazilië is het voor mij allemaal begonnen.”

“Sindsdien hebben we programma’s gedaan in Haïti, Curaçao, Soedan en Nederland. En we hebben ook nog even op Lesbos gewerkt. Het plan waarmee we naar een plek toe gaan is in principe hetzelfde, maar de inhoud verschilt enorm per land. Soedan heeft natuurlijk een totaal andere context dan Curaçao. Ik vind het een mooie uitdaging om te bepalen waar er lokaal behoefte aan is. Dat is een kwestie van goed luisteren en observeren wat er allemaal speelt. Haïti vond ik bijvoorbeeld echt ontzettend ingewikkeld. Daar ben ik mezelf heel erg tegengekomen. Maar het feit dat ik op al die verschillende plekken in de wereld mag werken maakt mij een heel rijk mens. Wij zeggen natuurlijk wel dat we een persoonlijk ontwikkelingsprogramma voor jongeren komen brengen, maar eigenlijk is het meer dat wij helpen naar boven te brengen wat de jongeren al kunnen. Om te laten zien: jij kan heus wel iets. Die jongeren hebben te vaak gehoord dat ze niets kunnen. En aan de andere kant leer ik weer heel veel van die culturen. Ik probeer altijd de lokale taal te spreken. Inmiddels spreek ik Portugees, Papiaments en Engels.”

Kun je tijdens zo’n project ook een beetje de toerist uitgangen?
“Zeker, het is niet zo dat we tijdens een project alleen maar in de achterstandswijken zitten. Als ik naar Soedan ga dan wil ik ook op zoek naar andere mooie plekken. Voordat ik naar een nieuw land ga lees ik me sowieso helemaal in, in de geschiedenis en cultuur. Dan bekijk ik ook waar ik naartoe kan als ik wat vrije tijd heb. In Soedan heb je bijvoorbeeld ontzettend veel mooie piramides. De meeste mensen kennen vooral de piramides van Egypte. Maar in Soedan had je vroeger de Zwarte Farao’s. Je kunt er prachtige trips doen naar de woestijn en die verlaten piramides, waar heel weinig toeristen komen. Dat zijn echt cadeautjes die bij mijn werk komen kijken.”

“Ik kan alle plekken waar ik ben geweest met Favela Street aanraden om naartoe te gaan. Maar, die plekken zijn natuurlijk geen gangbare vakantiebestemmingen. Dus zorg er altijd voor dat je ter plekke iemand hebt die je vertrouwt en die jou mee kan nemen. Dat zorgt er direct voor dat je echt dat lokale gevoel krijgt. Haïti is een prachtig land. Ik heb daar ontzettend mooi dingen gezien in de natuur. Maar het is niet een land waar je onvoorbereid met je rugtasje naartoe kan gaan. Dat geldt ook voor Soedan. De bevolking is ontzettend gastvrij en vriendelijk. Dat voelde ik heel erg. Maar er zijn natuurlijk bepaalde politieke spanningen die het spannend kunnen maken. Toch kun je in Soedan ook gewoon relaxen aan het strand. Dat verbaast mensen. Het land heeft natuurlijk een lastig imago, met oorlog en kindsoldaten. Maar dat is natuurlijk niet de hele werkelijkheid. Toen ik daar was kon ik er gewoon over straat en waren de mensen heel vriendelijk. Je kunt er dus best naartoe, je moet je alleen goed voorbereiden.”

Wat voor soort bestemmingen hebben jouw voorkeur voor een vakantie?
“Dat verschilt heel erg. Als ik even wil ontspannen ga ik graag naar Portugal. Ik houd heel erg van de natuur en het strand. Mijn nummer 1 plek om naartoe te gaan zal altijd Rio de Janeiro zijn. Dat is voor mij de stad die alles heeft: natuur, cultuur, het strand, de mensen en het sporten dat overal op de stranden wordt gedaan. Daar ga ik dus het allerliefst naartoe. Maar ik houd ook heel erg van citytrips, naar Parijs of Londen. Daarbij zou ik nog een keer naar iets als Paaseiland willen gaan, zo’n gekke plek. Ik heb er na dit coronajaar enorm veel zin in om lekker de toerist uit te hangen. En ik ben een enorme zonaanbidder, dus die moet er wel zijn. Ik trek op vakantie het liefst zo min mogelijk aan. Korte broek, shirt en daaronder een bikini, en gaan!”

“Ik wil graag nog eens terug gaan naar Papoea-Nieuw Guinea, omdat mijn vader daar opgegroeid is. We zijn er samen in 2012 voor het eerst geweest. Hij is 2019 overleden in ALS. Het liefst zou ik met Favela Street op Ambon aan de slag gaan. Als dat lukt is voor mij de cirkel rond. Ik ben er momenteel gesprekken over aan het voeren. Ik weet dat mijn vader dat heel speciaal zou vinden. Maar hoe dan ook ben ik super dankbaar voor alles wat op mijn pad komt. Met Favela Street heb ik het geluk om op allerlei toffe plekken te komen. Ik heb bijvoorbeeld nooit bedacht dat ik naar Haïti of Sudan zou gaan. Of naar Tsjechië, met Wie is de Mol?. Ik kan dus wel allerlei landen op mijn verlanglijst hebben, maar op onbekende plekken zie ik ook allemaal mooie dingen. Voor mij is de ambitie dus vooral om altijd te blijven reizen.”